Wat heb je nodig voor je jachthondentraining?

Trainingsattributen

Trainingsattributen:

  • Hondenfluit “Hogetoon” met een Zit-rolfluit “Lagetoon”
  • Jachtlijn(500 gram /250 gram voor puppy)
  • Beloningen(koekjes)
  • Plastic zakje om ontlasting van uw hond op te ruimen

En niet te vergeten een goed humeur, veel geduld en een vrolijke enthousiaste stem.
Vrolijk zijn en belonen is en blijft de basis van de hele training! En zorgt voor een goede relatie baas > hond. U dient immers als een team te werken.

Commando’s

Welke Commando’s adviseren wij te gebruiken?

Voorafgaand aan een commando altijd aandacht van de hond vragen, bijv. “let op”  of door het noemen van de naam. Het commando geven op het moment dat je ziet dat de hond aandacht voor je heeft.

Wees en blijf consequent in het gebruik van je commando’s.

Commando’s:

  • ZIT
    Als de hond moet gaan zitten. Later kunnen we ook de “Rol-fluit” voor dit commando gaan gebruiken.
  • DOWN” of “AF
    Als de hond moet gaan liggen.
  • HOGE TOON FLUIT
    Met zelfde toonritme, als de hond naar de baas moet komen. Het verdient aanbeveling om ook zijn “naam te noemen” en het commando “Voor” of “Kom-voor” te gebruiken.
  • VOLG
    Vooraf gegaan aan de “naam v/d hond, dit om de hond attent te krijgen”. Wordt gebruikt als de hond “aangelijnd of los gaat volgen”, denk aan “uitstappen” met het been wat naast de hond is.
  • VOOR-UIT”
    Als de hond weggestuurd wordt.
  • OVER
    Als de hond “over water” gestuurd wordt.
  • APPORT
    Als de hond iets moet ophalen. Dit wordt gebruikt bij het apport op “korte afstand te land”; apport “uit het water” en bij het “markeerapport”.
  • ZOEK-APPORT
    Als de hond een apport moet ophalen uit de “dichte dekking” of bij apport “over water”.
  • Hoog” of “Hop” of “Hop-Hop
    Als de hond over een hekje of andere hoge hindernis moet springen.
  • SLEEP” of ZOEK-SLEEP
    Als de hond een sleep-spoor moet uitwerken.
  • VAST
    Als de hond iets in zijn bek moet opnemen en vast dient te houden.
  • LOS
    Als de hond het apport bij de baas moet afgeven en op zijn commando pas los mag laten.
  • BLIJF
    Als de hond op de plaats moet blijven bij het “down liggen” of als hij moet blijven zitten, zoals bij het “markeer-apport” of bij oefeningen waarbij U het apport zelf wegbrengt, denk dan aan “uitstappen” met het been wat niet naast de hond is.
    U gaat altijd terug naar de hond alvorens het commando op te heffen.
  •  “WACHT
    Als de hond op de plaats moet wachten bijvoorbeeld als u de hond van afstand een volgend commando wilt geven, denk ook hier  aan “uitstappen” met het been wat niet naast de hond is.
  •  “VOET
    Een praktisch commando om de hond aan uw linkerzijde te laten zitten, om hem dan in alle rust de riem om te kunnen doen.
  • PLAATS
    Een commando voor thuis om hem op zijn plaats te “sturen”.
  • Plasje doen
    Een commando om aan te geven dat je wil dat de hond zijn/haar behoefte gaat doen, dit om er zeker van te zijn dat de hond tijdens een oefening niet “hoeft” of d.m.v. plassen een commando gaat negeren, of “rekelgedrag” gaat vertonen.
  • Wees alert op “stress-plassen”
    De hond geeft je hiermee aan dat hij/zij niet begrijpt wat je van hem/haar verwacht, gaat onnodig plassen, terwijl hij/zij een opdracht uit zou moeten voeren. Blijf rustig, ga in je oefenen eventueel een stap terug en bouw op een voor de hond te begrijpen manier de oefening op een positieve wijze weer op.
  • Foei” of “Nee
    Een bestraffend/corrigerend commando op het moment dat de hond ongewenst gedrag laat zien.
  • Braaf
    Een zeer belangrijk commando, ter beloning van je hond als deze het goed heeft gedaan, na oefenen/trainen en belonen met koekjes etc. telkens weer het “Braaf” gebruiken en koekjes voeren afbouwen.